TRIGGERPOINT-THERAPIE

Triggerpoints werden al beschreven aan het eind van de 19e eeuw, zij het onder een andere naam. Vanaf 1940 hebben de Amerikaanse artsen Travell en Simons baanbrekend werk verricht. Zij worden gezien als grondleggers van de huidige kennis over myofasciale triggerpoints en hebben de wetenschappelijke basis gelegd. Rond 1942 werd de term “myofasciaal triggerpoint” ingevoerd. “Myo” verwijst naar spier en “fasciaal” naar het vlies om de spieren (fascia).

Een triggerpoint is een lokale kramptoestand in de spier. Elk triggerpoint heeft een specifiek uitstralingsgebied.

Triggerpoints verkorten de spiervezels. Het gevolg is dat de spier spanning geeft aan de naastliggende gewrichten, wat pijn en stijfheid oplevert. De spier kan niet op lengte komen en er ontstaat vaak een knakkende en krakende gewrichten.

Ook verzwakken de triggerpoints de spieren en kunnen daarnaast druk veroorzaken op een zenuw of ader, zodat de doorstroming gestagneerd word. Tintelingen, koude lichaamsdelen of uitstralende pijn kunnen het gevolg zijn.

Ontstaan van de triggerpoints kan door veel factoren zoals:

  • Overbelasting
  • Verkeerde houding
  • Herhaaldelijk dezelfde beweging uitvoeren
  • (emotionele) Stress
  • Valpartijen
  • Schokken
  • Botsingen
  • Zware inspanning
  • Medisch ingrijpen

Triggerpoints kunnen de oorzaak zijn of een rol spelen bij vele aandoeningen bijvoorbeeld:

RSI, klachten aan armen, nek en schouders, whiplash, migraine, kniepijn, rugpijn, tennisarm.

0019logo-80v.png